Centraal Israelitisch kinder-, wees- en doorgangshuis

in 1943 door razzia ontruimd

Opdrachtgever:

vereniging 'Machseh Lajesoumiem'

Ontwerp:

weeshuis

Functie nu:

medische groepspraktijk en apotheek

Bouwjaar:

1929

Status:

gemeentelijk monument

“Vader heeft het joodse weeshuis aan de overkant van het ouderlijk huis gebouwd. Ik heb gezien dat ze in de oorlog ‘s avonds om 22 u weggevoerd werden. Door een Nederlandse politieagent notabene. Ik sliep met mijn zusje tegenover de slaapkamers van joodse meisjes aan de overkant. Als we naar bed gingen zwaaiden we naar elkaar, elke avond toen we daar woonden.”

Narda Buurman

Ontstaansgeschiedenis

Het Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis was een landelijk weeshuis in Leiden voor Joodse kinderen van twee tot achttien jaar. Het was gevestigd aan de Roodenburgerstraat 1a en werd op 18 juni 1929 geopend. Voordien was het gevestigd aan de Stille Rijn. De Hebreeuwse naam van het weeshuis was Machseh Lajesoumim, Toevlucht voor het Kind. Het is in 1927 ontworpen door de architecten B. Buurman & M. Oesterman in opdracht van de vereniging ‘Machseh Lajesoumiem’ (Toevlucht voor het kind).

Razzia 1943

Ondanks waarschuwingen van verzetsmensen weigerde directeur Italië de kinderen te laten onderduiken omdat hij zijn verantwoordelijkheid niet uit handen wilde geven. Hij hield wel rekening met een naderende ontruiming en liet rugzakken met kleding en schoenen klaarzetten. Op 17 maart 1943 werden alle Leidse Joden opgepakt tijdens een razzia onder leiding van Franz Fischer (een van de Vier van Breda). Enkele van de 74 bewoners van het weeshuis wisten onder te duiken voor het werd ontruimd. Alle nog aanwezige 51 kinderen en negen personeelsleden werden gedeporteerd naar Kamp Westerbork en van daaruit naar Oost-Europa. Op vier na zijn alle kinderen en personeelsleden vermoord in de concentratiekampen.

Bouwstijl

Het gebouw is opgetrokken in gele Friese baksteen in een functionele bouwstijl. Door de gedetailleerde toepassing van metselwerken en uitspringende details heeft het veel kenmerken van de Amsterdamse School. De architect, die vanuit zijn zelf ontworpen woning en kantoor op het nieuwe gebouw aan de overkant uitkeek, had er samen met zijn joodse collega Oesterman voor gezorgd dat, geheel in de nieuwe stijl van die tijd, het interieur en het exterieur volledig afgestemd waren op de functie van Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis. Het hoogtepunt van deze samenwerking vormde het dak van de erker, dat met Soekot (Loofhuttenfeest) op gehesen kon worden, zodat het feest naar behoren in en ‘onder de blote hemel’ kon worden gevierd. Op de gevel prijkte in gigantische letters ‘Machseh Lajesoumin’.

Bijzonderheden

Dankzij een gulle gift was er in de toegangsdeur, een Davidster verwerkt. Ook nu de kinderstemmen al decennia zijn verstomd, vormt deze deur nog steeds een onmiskenbaar teken van joodse identiteit.

 Waarde

 

media