Burggravenlaan

dokterspraktijk

Opdrachtgever:

C.A. De Jager

Ontwerp:

woonhuis met artsenpraktijk

Functie nu:

woonhuis

Bouwjaar:

1935

Status:

Interessant hoe de benadering van een hoekwoning met praktijk afwijkt van zijn eigen functionalistische pand aan de Cronesteinkade. In alles is dit ontwerp veel meer geïnspireerd vanuit een traditionalistische hoek – maar wel met een eigen Buurman signatuur.

Pieter-Jan de Vos, Erfgoed Leiden en Omstreken

Ontstaansgeschiedenis

In 1935 kreeg architect Bernard Buurman opdracht voor het ontwerp van een woonhuis annex dokterspraktijk voor de familie De Jager. Het pand zal in 1936 voltooid zijn. Er is nog een fotoboek bewaard gebleven met foto’s die genomen zijn tijdens de bouw van het pand. Op één van de foto’s poseert Buurman op de trap.

Bouwstijl

Het pand heeft een kenmerkende “Buurman” – signatuur. Die is met name herkenbaar in het materiaalgebruik van gele baksteen in kettingverband, de positionering van de ramen, de subtiele baksteenornamentiek zoals de staande rollagen boven de ramen en in de topgevels. Ook de manier waarop het balkon is gemetseld doet erg denken aan dat van zijn eigen woonhuis op Cronesteinkade 18. Enerzijds heeft de architectuur dan ook modernistische invloeden – wat bijvoorbeeld wordt versterkt door de slanke stalen ramen in de houten kozijnen.

Anderzijds zijn ook kenmerkende traditionalistische kenmerken duidelijk aanwezig, zoals de grote hellende dakvlakken die verfraaid zijn met gemêleerde romaanse pannen en op de nok voorzien van ballonvorsten.

Bijzonderheden

Net zoals bij zijn eigen woonhuis en architectenbureau ontwerpt Buurman een huis met praktijk op een hoekperceel. Anders dan bij zijn eigen huis is er geen sterke opsplitsing tussen het woon- en het werkgedeelte. Het pand is dan ook niet functionalistisch in opzet. De praktijkvertrekken zijn haast verweven in het woonhuis. Dit is ook zichtbaar in het exterieur, waar verschillende volumes dynamisch in elkaar grijpen. Anders dan bij Cronesteinkade 18 zijn de entrees niet gescheiden maar is één ingang voorzien voor bewoners en patiënten. De achterste ingang is een dienstingang.

De ingang is geaccentueerd door verfraaiing van de tuinmuur die het perceel omringt.

De originele trap is er nog. Het is een statige bordestrap die centraal in het huis de gehele woning ontsluit.

media