Brieven van moeder aan dochter

Brief Grootmoeder Mary Buurman-Den Hollander aan haar dochter Narda met haar man Bart Gieben , sinds januari 1951 woonachtig in Djakarta, Indonesië

21 juni 1951 (Grootvader overleden maandag 18 juni, begrafenis vrijdag 22 juni)

Donderdagavond half acht

Mijn lieve Nard en Bart,

Het is aan de vooravond van de dag dat wij onze lieve vader het huis uit zullen dragen en verder toevertrouwen aan het heelal.
Zoals jullie al hoorden zal hij gecremeerd worden, een wensch van hem. Z’n as verstrooid.
Ik wil nu eenige oogenblikken van deze zoo droevige dagen met jullie samenzijn. M’n gedachten zijn zoo vaak bij jullie, jullie lieve telegram gaf mij inderdaad sterkte in de gedachten dat deze voor ons allen zoo ontzettende gebeurtenis jullie liefde voor elkaar zou vergrooten, zoals jullie die door de loop der tijden steeds groter wordt.

Dat ik dit onverwacht heengaan van het dierbaarste wat ik bezit niet kan verwerken, behoef ik niet te beschrijven. Het is alles onwezenlijk en niet te geloven. Ik zie natuurlijk wel dat dit heengaan voor Vader het mooiste was, wat je wenschen mocht, maar ach hij had zijn werk zoo lief. Hij kon er niet van scheiden, z’n heengaan is te vroeg.
Ik hoop dat ik in staat zal zijn naar zijn lichtend voorbeeld verder te leven, hem altijd om mij heen en in mijn hart. Ik heb die gedachten al jaren vertrouwd gemaakt, gezien ons leeftijdsverschil maar nu de daad. Het zal heel moeilijk voor mij zijn, vooral omdat zijn werk mij zoo aantrok en wij daarbij van dezelfde dingen konden genieten, waarbij hij mij zoo goed in alles kon voorlichten. Ik kan niet anders dan dankbaar zijn dat hij in m’n leven is gekomen en dit verrijkt heeft. Het gelukkige leven dat wij in ons ‘paradijs’ leefden is te kort maar intens geweest.
In jullie allen zal ik iets van Vader terugvinden en dat zal mij troost geven.

De zon straalt de hele dag, het is wreed dat hij hier niet van kan genieten, mij geeft het kracht en de hoop dat het morgen ook voor hem zoo zal zijn, de zonneaanbidder.

Ongelofelijk is het medeleven van alle menschen in Leiden, zoowel van z’n vrienden Rotarians als de zakenrelaties. Het lezen van al die hartelijke brieven geeft smart en vreugd, omdat je de hooge waardering in alle leest. Z’n onkreukbaarheid, z’n kennis, z’n beminnelijkheid en dan al het goede wat hij in alle jaren deed ter verfraaiing en mede het praktische met van alles. Het is typisch te lezen in vele brieven hoe Vader bij het zakelijke vaak een meer vertrouwelijke en vriendschappelijke sfeer kon leggen, zonder zich op te dringen.

Hij ligt nu in z’n kantoor beneden naast de huiskamer, te midden dus van het bedrijf dat doorgang vindt, bedolven onder een schat van bloemen. Fleurig en kleurig waar hij van hield, maar toch eenvoudig. Wij brengen hem met zijn viertjes weg. In gedachten zijn en zie ik jullie er ook bij. Op Westerveld zullen allen die hem sympathiek zijn hem opwachten en enkelen zullen met naar ik hoop een enkel kort woord van getuigen. Schutte is ieder ogenblik bij mij, hij is mij sympathieker dan ooit. De wijze waarop hij over Vader spreekt en toch de samenwerking was zo ideaal. Voor hem zal het een zware tijd worden, hij beseft ten volle wat hij verliest en de prachtige opdrachten die liggen te wachten wel dermate door hun samen voorbereid dat je kunt zeggen, dat Vaders geest hier later ook uit zal ademen. Hij zei in Vader een 2e Vader gevonden te hebben. Typisch dat ik vaak dacht als ik hen samen uit zag gaan, Vader en Zoon.

Lieve, lieve kinderen ik kijk zoo naar jullie brieven uit. In gedachten omhelsd (moeder)